
REGIO: – Drieëntwintig burgemeesters uit Halle-Vilvoorde en de Vlaamse Rand hebben juridische procedures opgestart tegen het nieuwe bindend sociaal objectief (BSO). Volgens hen houdt de Vlaamse regeling onvoldoende rekening met de specifieke ruimtelijke en demografische situatie van de regio. Minister van de Vlaamse Rand Ben Weyts benadrukt dat er al tegemoetkomingen zijn voorzien, maar begrijpt de bezorgdheden van de lokale besturen.
In de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand en Dierenwelzijn ondervroeg Vlaams Belang-parlementslid Klaas Slootmans minister Ben Weyts over het beroep dat 23 burgemeesters hebben ingesteld tegen het nieuwe bindend sociaal objectief. Dat decreet, dat in april werd goedgekeurd, legt vast hoeveel sociale woningen gemeenten tegen 2042 moeten realiseren.
Volgens Slootmans leidt de nieuwe regeling in Halle-Vilvoorde tot een aanzienlijke bijkomende bouwopdracht. Hij verwees daarbij naar meer dan 6100 extra sociale woningen in de regio, met onder meer bijkomende doelstellingen voor gemeenten zoals Halle, Dilbeek, Grimbergen, Sint-Pieters-Leeuw en Beersel.
De kritiek van de lokale besturen richt zich volgens hem vooral op de berekeningswijze van het BSO. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met de interne bevolkingsgroei van gemeenten, maar ook met externe instroom. Volgens de betrokken burgemeesters zorgt vooral de bevolkingsgroei vanuit Brussel ervoor dat de Vlaamse Rand een grotere sociale woonopdracht krijgt opgelegd.
“De huidige berekeningswijze houdt onvoldoende rekening met de uitzonderlijke situatie van onze regio”, stelde Slootmans. Hij vroeg de minister onder meer of de Vlaamse Regering bereid is de berekeningen te herbekijken en meer rekening te houden met beschikbare bouwgrond, ruimtelijke draagkracht en het behoud van het open karakter van de Rand.
Minister Weyts wees er in zijn antwoord op dat wonen niet tot zijn bevoegdheden behoort, maar dat hij als minister bevoegd voor de Vlaamse Rand de belangen van de regio verdedigt binnen de Vlaamse Regering. Hij herinnerde eraan dat voor gemeenten in de Vlaamse Rand en Halle een specifieke afwijking werd uitgewerkt.
“De gemeenten in de Vlaamse Rand en Halle konden een vrijstelling krijgen van 75 procent op de inhaalbeweging. Dat was een unieke, heel specifieke regeling ten voordele van de Vlaamse Rand”, verklaarde Weyts.
Volgens de minister maakten vijftien gemeenten gebruik van die regeling en werden alle aanvragen goedgekeurd. In sommige gevallen liep de vermindering zelfs verder op. Daarnaast benadrukte hij dat gemeenten niet automatisch financiële sancties krijgen wanneer zij hun doelstelling niet halen.
“De regelgeving maakt een onderscheid tussen gemeenten die achterlopen maar voldoende inspanningen leveren en gemeenten die onvoldoende inspanningen leveren”, aldus Weyts.
De minister bevestigde dat het Toekomstforum Halle-Vilvoorde heeft aangekondigd de regeling aan te vechten bij het Grondwettelijk Hof en de Raad van State. Hij zei begrip te hebben voor de argumentatie van de lokale besturen, die stellen dat de demografische prognoses voor de Vlaamse Rand sterk beïnvloed worden door migratie vanuit Brussel.
“Als de lokale besturen van mening zijn dat de regeling onterecht is, kunnen ze hun gelijk proberen te halen voor de rechtbank”, stelde Weyts. Hij verwacht voorlopig geen onmiddellijke aanpassingen zolang de juridische procedures lopen.
Ook vanuit andere fracties klonk begrip voor de bezorgdheden van de betrokken gemeenten. Cd&v-parlementslid Kris Poelaert benadrukte dat de lokale besturen zich niet verzetten tegen sociale woningbouw op zich, maar wijzen op de beperkte beschikbare ruimte en de specifieke bevolkingsdruk in de regio.
Vooruit-parlementslid Hans Bonte legde dan weer de nadruk op de wooncrisis in de Vlaamse Rand. Volgens hem zijn de wachtlijsten voor sociale woningen er bijzonder lang en is net daarom bijkomend sociaal woonaanbod noodzakelijk. Hij verdedigde het principe dat demografische evoluties mee worden opgenomen in de berekening van de woondoelstellingen.
Het debat maakte duidelijk dat er brede politieke aandacht bestaat voor de impact van het bindend sociaal objectief in de Vlaamse Rand, terwijl de juridische procedures van de betrokken burgemeesters nu verder hun weg vinden naar het Grondwettelijk Hof en de Raad van State.
























































































































































































