Uniform logo voor alle Vlaamse fietssnelwegen

2016-05-30-fietssnelwegen-logoVLAANDEREN / RUISBROEK: – De vijf Vlaamse provincies ontwikkelden in samenwerking met mobiliteitsexperts een logo en uniforme bewegwijzering voor de fietssnelwegen.

Zo zal de fietssnelweg Kanaalroute Zuid (15,718 km.) die via Ruisbroek gaat “F20” noemen.

Het nieuwe logo moet de ondertussen 110 fietssnelwegen in Vlaanderen, goed voor 2400 kilometer (zo goed als) rechtlijnige fietsroutes, beter herkenbaar maken. Fietssnelwegen zijn soms moeilijk te volgen omdat ze bestaan uit verschillende soorten infrastructuur: vrijliggende fietswegen, een jaagpad, fietsstraat, autoluwe wegen,…
De vijf Vlaamse provincies ontwikkelden daarom een uniek systeem om de fietsostrades op het terrein herkenbaar te maken: een uniforme beeldtaal voor het volledige Vlaamse fietssnelwegennetwerk, die bestaat uit een logo, een routezuil, bewegwijzering en een unieke nummering voor elke fietssnelweg.

2016-05-30-fiUnieke nummering
Iedere fietssnelweg kreeg een unieke code: de letter F + een cijfer. Zo is de fietssnelweg Leuven-Brussel ‘F3’ en de fietsostrade Antwerpen-Essen ‘F14’. Een nummering gelijkaardig aan de E-nummering van autosnelwegen. Het nummer verschijnt telkens in het logo en op de route van de betrokken fietsostrade. Dat maakt de route herkenbaar en biedt de fietsers meer duidelijkheid. Dit is ook handig voor routeplanners, google maps en voor de hulpdiensten.

De provincie Vlaams-Brabant test het logo en de bewegwijzering uit op de fietssnelweg Leuven-Brussel, die voortaan de F3-route zal noemen. Het proeftraject, over 2 kilometer, situeert zich tussen de fietsbrug over de Bijlokstraat in Herent en de Kolonel Begaultlaan in Wilsele.

De provincies horen graag of de fietsers de bewegwijzering duidelijk vinden. Via deze websites kan je feedback geven www.fietssnelwegen.be. Blijkt uit de resultaten dat bijsturing in de bewegwijzering nodig is, dan voeren de provincies die uit. De conclusies worden ook meegenomen bij het plaatsen van de bewegwijzering op de andere fietsostrades.

Vlaams-Brabant gaat aanleg van fietssnelwegen voor 100% financieren.

VLAAMS-BRABANT: – De raad van de provincie Vlaams-Brabant keurde het subsidiereglement voor ‘fietssnelwegen’ goed. Via dit nieuwe reglement kunnen gemeenten tot 100% provinciale subsidies krijgen voor fietssnelwegen. Hiermee wil de provincie Vlaams-Brabant de aanleg van kwaliteitsvolle fietssnelwegen stimuleren.
2013-12-29-kanaal-charlerloi-met-fietspad_02 2013-12-29-kanaal-charlerloi-met-fietspad_03
De subsidies voor ‘fietssnelwegen’ zijn bedoeld voor gemeenten die infrastructuurwerken willen uitvoeren op het traject van 18 geplande fietssnelwegen: 15 in de rand rond Brussel, 3 in het arrondissement Leuven.

Deze fietssnelwegen zullen het grondgebied van 31 Vlaams-Brabantse gemeenten doorkruisen.
Het gaat om Aarschot, Asse, Beersel, Bierbeek, Boutersem, Diest, Dilbeek, Drogenbos, Grimbergen, Halle, Herent, Hoeilaart, Holsbeek, Kortenberg, Kraainem, Leuven, Linkebeek, Machelen, Meise, Merchtem, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Steenokkerzeel, Tervuren, Tienen, Vilvoorde, Wemmel, Zaventem en Zemst.

Voor alle 18 fietssnelwegen geldt dat de aanlegkosten van de infrastructuur voor 100% gesubsidieerd worden, 40 % door het Vlaams Gewest en 60% door de provincie. De ontwerp- en studiekosten worden, afhankelijk van de route, voor 40% of 100% gesubsidieerd door de provincie.

2014-01-21-tweet-tom-dehaene-100procent-financierenDe nadruk ligt op de routes in de rand rond Brussel. Het potentieel aan fietsverplaatsingen is hier zeer hoog. Maar de dossiers zijn in deze sterk verstedelijkte omgeving vaak complex en duur’, zegt Tom Dehaene, gedeputeerde voor mobiliteit. ‘Een extra financiële duw in de rug kan gemeenten helpen om de nodige kwaliteit op de routes te realiseren.’

Voor alle projecten gelden strenge kwaliteitseisen in verband met de keuze en het ontwerp van het traject en de uitvoering van de infrastructuur.
Fietssnelwegen moeten nog sterker dan gewone fietspaden inzetten op een conflictloze, aangename en vlotte fietsrit. Een comfortabele ondergrond en breedte, speciale aandacht voor veilige kruispunten en oversteken, zijn slechts enkele van de vereisten die opgelegd worden’, zegt gedeputeerde Tom Dehaene.

De provincie trekt 1 miljoen euro uit voor subsidies voor fietssnelwegprojecten in 2014. Vanaf 2015 tot 2018 is er jaarlijks 2 miljoen euro voorzien.

Kanaalroute Halle -Brussel-Vilvoorde op Google Maps


Meer info: het reglement en de trajecten van de fietssnelwegen zijn te vinden via www.vlaamsbrabant.be/fietssnelwegen

Provincie trekt 2 miljoen extra uit voor fietssnelwegen

bouwen-aan-Vlaams-Brabant_logoVLAAMS-BRABANT: – In deze budgettair uitdagende tijden maakt het provinciebestuur een statement door alvast tot en met 2017 jaarlijks 2 miljoen euro extra uit te trekken voor de realisatie van fietssnelwegen.

Tom Dehaene, gedeputeerde voor mobiliteit: “Dat betekent dat we voortaan in totaal 5 miljoen euro per jaar gaan investeren in fietsinfrastructuur in onze provincie.

Hoogste prioriteit: 3 fietssnelwegen tussen Vlaams-Brabant en Brussel

Rondom Brussel werden 15 nog te realiseren fietssnelwegen uitgetekend die een hoog fietspotentieel hebben (het zogenaamde fietsGEN). Vlaams-Brabant, Vlaanderen en Brussel hebben daaruit drie fietssnelwegen geselecteerd die topprioriteit hebben gekregen:
· De kanaalroute die van Grimbergen/Vilvoorde via Brussel naar Halle loopt.
· De HST-route die langs de HST-spoorlijn van Leuven, via Kortenberg en Brussel Noord naar de Anspachlaan loopt.
· De OMA-B-fietssnelweg die van Asse naar Brussel loopt.

Gemeenten die op deze routes infrastructuurwerken willen uitvoeren om de fietssnelweg te realiseren, kunnen rekenen op een verhoogde subsidie van het provinciebestuur.
· 100 % van de ontwerpkosten
· 100% van de aanlegkosten (waarvan de provincie 40% kan terugvorderen bij Vlaanderen).
De gemeenten blijven verantwoordelijk voor het bouwheerschap en de eventuele onteigeningen.

Voor de andere fietssnelwegen rond Brussel draagt het provinciebestuur 100% van de aanlegkosten (waarvan 40% teruggevorderd wordt bij Vlaanderen) en 40% van de studiekosten.