Wonen in Vlaams-Brabant is een zorgenkind

2016-10-11-woneninvlaamsbrabant-eenzorgenkind.jpgVLAAMS-BRABANT: – Tijdens zijn toespraak voor de provincieraad stelde gouverneur Lodewijk De Witte vast dat onze huidige manier van wonen zijn grenzen heeft bereikt, ruimtelijk maar ook sociaal. Er zijn aanpassingen nodig in hoe we wonen, waar we wonen maar vooral ook hoe we denken over wonen. Die omslag is ingezet, maar de weg is nog lang.

Sinds het ontstaan van de provincie Vlaams-Brabant is betaalbaar wonen een belangrijk thema. Mensen vragen zich af of hun kinderen nog een passende en betaalbare woning kunnen vinden op de plek waar ze opgroeiden. De zorg over het huisvestingsbeleid gaat niet alleen over de betaalbaarheid. Een andere belangrijke vraag is of het huidige woningbestand aangepast is aan de wijzigende bevolkings- en gezinssamenstelling.

Er zijn drie grote uitdagingen voor wonen in Vlaams-Brabant’, zegt provinciegouverneur Lodewijk De Witte. ‘We moeten er voor zorgen dat er voldoende woongelegenheden en een voldoende gediversifieerd aanbod is tegen een betaalbare prijs met woningen die afgestemd zijn op de hedendaagse en toekomstige noden van de Vlaams-Brabander. Daarnaast moeten we alternatieven vinden voor onze huidige manier van wonen die ruimteverslindend is en een te grote automobiliteit genereert. Ten slotte moeten we de kwaliteit van het woonpatrimonium verhogen op vlak van zuinigheid en energie-efficiëntie én van de kwaliteit en veiligheid van de woonomgeving’.

Bevolkingsaangroei vraagt maatregelen voor prijs
Tegen 2030 zal het bevolkingsaantal aangroeien met minstens 73.000 personen.
Woningen en bouwgronden in Vlaams-Brabant zijn flink duurder zijn dan in andere streken. Dat maakt dat de provincie voor sommige steunmaatregelen niet binnen de criteria of normen valt om er beroep op te kunnen doen. Inwoners die het moeilijk hebben komen daardoor dubbel in de kou te staan.

Met Vlabinvest kunnen we daar al iets aan doen, maar niet genoeg. We zullen bij de Vlaamse regering de aandacht moeten vragen voor de specifieke situatie en voor de grote achterstand op vlak van sociale woonvoorzieningen. En plaatselijke projecten steunen met sociale of bescheiden woningen’, zegt provinciegouverneur Lodewijk De Witte.

Bevolking wordt meer divers
De bevolking zal er ook anders uitzien. De mensen zullen gemiddeld een stuk ouder zijn. Er zullen meer kleine huishoudens en alleenstaanden zijn, maar ook meer nieuw samengestelde gezinnen. Ieder van hen wil een woning van voldoende kwaliteit, in een aangename omgeving en tegen een betaalbare prijs, in een provincie waar de ruimte schaars is en de betaalbaarheid meer dan elders onder druk staat.

Meer ouderen, meer alleenstaanden, nieuw samengestelde gezinnen, wisselende gezinsvormen, de vraag naar type woningen verandert en wordt meer divers’, zegt provinciegouverneur Lodewijk De Witte. ‘We zijn daar nog niet helemaal klaar voor. We zullen met open blik en met een groot aanpassingsvermogen de passende antwoorden moeten zoeken op de veranderende vraag. Kleinschalig wonen, variabele, herinrichtbare gebouwen, nieuwe woonvormen als woningdelen of samenhuizen zijn voorbeelden van nieuwe woonvormen voor de toekomst’.

Meer aandacht voor energie en mobiliteit in woonbeleid
Er zijn maatschappelijke uitdagingen die een steeds grotere impact zullen hebben op hoe we willen en kunnen wonen. De noodzaak om zuiniger om te springen met energie vraagt om veel meer energiearme woningen, terwijl de mobiliteitsvraagstukken een uitdaging zijn om na te denken over de inplanting van nieuwe woonbuurten.

We moeten ons heel bewust zijn van de impact van de manier van wonen op de omgeving. Hoe groot of compact wonen we, hoeveel ruimte nemen we in beslag, hoe dicht of ver wonen we van voorzieningen en van openbaar vervoersknooppunten, welke gevolgen heeft dat op ons verplaatsingsgedrag? Hoe zuinig gaan we om met energie, met water?’, zegt provinciegouverneur Lodewijk De Witte. ‘Dat bepaalt allemaal mee hoe hoog de kosten oplopen, voor de maatschappij en voor de particuliere bewoner. De omslag is daarvoor ingezet, maar er zal nog jarenlang doordacht en consequent beleid nodig zijn om de impact van ons wonen terug te brengen tot het niveau van de omliggende landen’.

Meer samenwerking voor betere planning
Hoopvol is de groeiende samenwerking tussen gemeenten, met de provincie Vlaams-Brabant en Wonen-Vlaanderen. Deze samenwerking werpt zijn vruchten af. Er komen betere beleidsplannen, er komen meer projecten van de grond, informatie- en adviesverstrekking loopt beter.

De bemoedigende resultaten moeten ons sterken om de intergemeentelijke samenwerking uit te diepen en om er mee te starten in de gemeenten die nog niet meedoen. Het woonbeleid op alle beleidsniveaus moet inspelen op de behoeften van een snel wijzigende samenleving. Dat vereist aanzienlijke inspanningen en de inzet van meer middelen. We zullen de nodige durf aan de dag moeten leggen en bepaalde evidenties in vraag stellen’, besluit provinciegouverneur Lodewijk De Witte.

Sint-Pieters-Leeuw, Halle en Beersel gaan hetzelfde toewijzingsreglement gebruiken voor sociale huurwoningen

SINT-PIETERS-LEEUW: – Mensen uit de streek krijgen vanaf 1 maart voorrang als ze een sociale woning willen huren in Sint-Pieters-Leeuw, Halle en Beersel. De drie gemeenten gaan hun huurreglement in die zin aanpassen.

De drie nieuwe gemeentelijke toewijzingsreglementen geven uitdrukkelijk voorrang aan de kandidaat-sociale huurders die hier sinds hun geboorte wonen, als minderjarige minstens 10 jaar gewoond hebben of minimaal 10 jaar in de gemeente woont of gewoond heeft.
Dit geldt voor alle sociale huurwoningen van zowel de sociale huisvestingsmaatschappijen Woonpunt Zennevallei, de Gewestelijke Maatschappij voor volkshuisvesting als van de sociale verhuurkantoren WEBRA en Zuidkant.

Schepen Huisvesting Sint-Pieters-Leeuw, Jos Speeckaert:
Onze huidige inwoners dus de autochtone bevolking maken weinig kans op een sociale woning. Er zijn heel wat wachtlijsten momenteel. En zo krijgen we dikwijls de discussie van ‘ons eigen inwoners krijgen geen kansen meer op een sociale woning.’ Die moeten dan verhuizen naar omringende gemeenten ook omdat de prijzen bij ons zo duur zijn en alle sociale woningen ingenomen zijn. Daar wordt nu een halt aan toegeroepen.”

Directeur Woonpunt Zennevallei, Karel Gutschoven: “Op die manier maken Sint-Pieters-Leeuw, Halle en Beersel ten volle gebruik van de beleidsmarge die hen gelaten wordt om een antwoord te bieden op de sociale verdringing in de Vlaamse Rand rond Brussel. De Meest kwetsbaren in onze samenleving voelen dit het hardst aan. Vandaar de uitdrukkelijke voorrang voor de sociale huurder die sinds zijn geboorte woont. In tweede instantie is de sociale huurwoning voor wie hier als minderjarige of erna minstens 10 jaar gewoond heeft. Daarna blijven de algemene regels gelden. Met name voorrang voor wie de laatste 6 jaar minstens 3 jaar in de gemeente woont en kandidaten uit het werkgebied van de sociale woonactor. Tot slot komen de kandidaat-huurders zonder lokale binding in aanmerking.”

Dankzij dit reglement zijn kandidaat-huurders uit de gemeente beter beschermd tegen sociale verdringing. Dit betekent ook een versterking van de eigenheid van de streek.

Voorzitter Woonpunt Zennevallei, Oscar Decoster: ” We hebben vandaag het toewijzings reglement voor onze huurders aangepast. In die zin dat mensen die uit eigen streek komen en die een lokale binding hebben, sneller op de lijsten naar boven komen en dus met andere woorden dat zij eigenlijk meer dan nu het geval is prioriteir in het systeem van toewijzing terecht komen.