2016-03-20-zilverlinde_MeanderSINT-PIETERS-LEEUW: – Op aandringen van OCMW-raadslid David Van Vooren (SP.A) krijgen verpleegkundigen in het OCMW Woonzorgcentrum Zilverlinde voortaan onmiddellijk een contract van onbepaalde duur in plaats van een tijdelijk contract.

Het Woonzorgcentrum Zilverlinde kampt met een chronisch tekort aan verpleegkundigen. In de personeelsformatie zijn twaalf voltijdse verpleegkundigen voorzien. Een kwart van deze functies zijn momenteel vacant. “Eén van de oorzaken voor dit personeelstekort is het feit dat verpleegkundigen tot voor kort eerst een contract van bepaalde duur aangeboden kregen. Als zij elders meteen een contract van onbepaalde duur konden krijgen, vertrokken ze vaak naar een andere voorziening”, legt David Van Vooren uit. “Dat is heel begrijpelijk. Probeer bijvoorbeeld maar eens een woonlening af te sluiten met een tijdelijk contract.”

Begin dit jaar stelde ik reeds voor om meteen contracten van onbepaalde duur af te sluiten. Maar toen weigerden de meerderheidspartijen N-VA en CD&V op dit voorstel in te gaan. Vorige maand bracht ik dit punt opnieuw ter sprake op de OCMW-Raad. Gelukkig zijn de geesten intussen wat gerijpt, en ging het OCMW-Bestuur wél in op mijn voorstel”.

Betere dienstverlening voor bewoners
De nieuwe regeling is goed nieuws voor de verpleegkundigen én de bewoners van het woonzorgcentrum. “De grotere werkzekerheid zal hopelijk leiden tot minder personeelsverloop en het wegwerken van het tekort aan verpleegkundigen. Dit betekent ook een betere dienstverlening aan de bewoners -waar het uiteindelijk allemaal om te doen is”, vertelt Van Vooren.

Nog niet voor zorgkundigen en ander personeel
Voorlopig krijgen enkel de verpleegkundigen meteen een vast contract. “Jammer genoeg wil het OCMW-Bestuur niet ingaan op mijn voorstel om de nieuwe regeling ook voor zorgkundigen en andere personeelsleden toe te passen. Iedereen heeft baat bij meer werkzekerheid. Ik snap dan ook niet waarom het OCMW-Bestuur halsstarrig blijft vasthouden aan tijdelijke contracten voor bepaalde beroepsgroepen. Bovendien creëer je op die manier een ongelijke behandeling tussen verschillende personeelsleden. Ik zal er de komende maanden voor blijven ijveren om deze discriminatie ongedaan te maken”, besluit Van Vooren.