Salesiaan Eric Meert blijft in Congo ondanks dreigende coronacatastrofe

SINT-PIETERS-LEEUW: – salesiaan Eric Meert (68) laat in een brief weten hoe de situatie nu in Congo is.
2020-04-02-coronacrisis_Eric_Meert_01
Corona aan de deur van Bakanja-Ville

Eric Meert “Ja, jullie zitten volop in de crisis! Wij mogen er ons nog aan verwachten. Misschien goed ook want alles komt hier wat trager opgang. Zo hebben we de kans om ons min of meer voor te bereiden. Want gezien de gezondheidsinfrastructuur hier dreigt dat een echte catastrofe te worden. Men geeft prognoses van 1 miljoen doden als het virus hier echt zou uitbreken. En Afrika zou Afrika niet zijn als er ook niet al die gedachten van tovenarij en het uitzoeken van schuldigen erbij kwamen, enz…!
Maar als de Overheid zegt dat je ‘thuis’ moet blijven, hoe doe je dat met mensen die leven van dag op dag. Wat ze tijdens de dag verdiend hebben spenderen ze in de avond al aan het avondmaal. De moeders die de straten afschuimen met wat fruit of maïskolven in een bassin op het hoofd om hun gezin een maaltijd te kunnen geven, kunnen het zich niet permitteren van thuis te blijven.

De jongeren en kinderen proberen we zoveel mogelijk te beschermen door hen reflexen aan te leren om zichzelf en de opvoeders te beschermen.
Voor de groep die logeert in Bakanja-Ville hebben we hen gevraagd de nodig regels in acht te nemen. Regelmatig de handen te wassen en de nodige afstand te houden. Dat is wel een probleem omdat de Congolezen uw gemakkelijk bij de hand nemen. We hebben daar dan een spel van gemaakt om mekaar te groeten met de voeten of de ellebogen…. Plezier verzekerd!


Er is ook voorraad van water met chloor om de handen te wassen voor het eten. En de vrijwilligsters zijn volop bezig met het naaien van maskers.
De lokalen en de eetzaal worden iedere dag ontsmet met een chlooroplossing. “Asepsie oblige!”
De jongeren die nog in de straten van de stad slenteren. Dat is nu de kwetsbaarste groep. Zij mogen voorlopig niet meer binnenkomen om zowel de andere kinderen, de opvoeders en de sociale assistenten niet te besmetten. Om hen voor te bereiden rijden we nog uit met de sociale ambulance. Ook hier proberen we hen bewust te maken welke gevaren ze lopen. Bij ieder groepje blijven we nu een half uurtje en we laten henzelf nog eens al onze aandachtspunten herhalen zodat het er goed inzit. We hebben hen ook indicaties gegeven welk hospitaal hen zal onthalen voor een eerste onderzoek in geval van problemen.

We zijn nu wel aan het uitdokteren hoe we hen nog meer kunnen ondersteunen. We denken eraan om soja koeken en zeep uit te delen. We zoeken daar een financiering voor want voor de kas van Bakanja is dat wel een hele aderlading. We proberen ook mensen hier ter plaatse daarvoor te sensibiliseren. Natuurlijk moeten we ook beschermingsmateriaal vinden voor de mensen die gaan uitdelen. Het is toch nog wat plannen en uitkijken.
We pogen Unicef en de vertegenwoordigers van het Ministerie van Sociale zaken bewust te maken voor het probleem. Maar men blijkt daar geen gehoor aan te geven. We geven de moed niet op.
En we zouden geen Salesianen zijn als we niet kijken naar wat Don Bosco deed. Bij een ‘cholera-epidemie’ in zijn tijd heeft hij zijn jongeren ingezet om te helpen.
Daaraan verbond hij dan ook gebedsmomenten. En als we de geschiedenis mogen geloven werd geen enkel van zijn jongens besmet. Wij zijn daar ook mee begonnen en we hopen dat ons geloof sterk genoeg is om deze periode door te komen. Hartelijk dank aan allen die met ons meeleven en ons blijven bemoedigen. Wij geloven er in en we gaan er voor!”

agenda: kerstmarktstandje tvv missionaris Eric Meert

2013-12-13-kerstmarktenSINT-PIETERS-LEEUW: – Ten voordele van de straatkinderen van Congo het missieproject van Leeuwse Pater Eric Meert staat zijn familie deze maand weer met een standje op heel wat kerstmarkten in de regio.
Zo staan ze op 12 en 13 december 2013 op de kerstmarkt in ‘Paviljoentje in Ruisbroek.

Onlangs stuurde Eric Meert ook een bericht naar België over zijn werk in Congo.

Eric Meert, Salesiaan van Don Bosco:” Het aantal straatkinderen is hier niet verminderd, ook al gedragen Staat en Politie zich zeer repressief tegenover hen. Onze oversten zien duidelijk de noodzaak in dat we “het werk voor de straatkinderen” onvermoeid moeten voortzetten.
Vooreerst een staaltje van de repressie… die ikzelf aan den lijve heb ondervonden. Zoals we al 15 jaar gewoon zijn, trekken wij elke vrijdagnacht de stad in om “straatkinderen en jongeren” te bezoeken. Ze slapen letterlijk op straat of op de markten.
We doen dit na 22.00 omdat ze dan over ‘t algemeen nog aan het eten zijn, ze zijn dan rustiger om met ons te babbelen. Overdag doen ze hun ‘werkjes’ en hebben ze geen gehoor voor onze praat.
Pater-Eric-MeertAan de eerste groep die we vinden vragen we ons een andere groep aan te wijzen. Ditmaal sturen ze ons naar een markt, iets buiten de stad, waar volgens hun zeggen, zeker 50 jongeren slapen. En inderdaad al vlug komen we een eerste groep tegen van een 20 tal jongeren. Terwijl wij met hen praten stopt er een patrouillewagen van de politie. Een ‘Blanke’ op zo’n nachtelijk uur, op een markt… dat is ongewoon! De kinderen worden met rust gelaten. Wij worden nu aan de tand gevoeld! De politiechef kan maar niet begrijpen dat ons werk ‘s nachts moet gebeuren. We worden verplicht hen te volgen naar het politiebureel,we worden verdacht van kinderontvoering. Op het commissariaat is er eerst wat intimidatie. Alles wordt nog eens uitgelegd, en… inderdaad, het vluchthuis ‘Bakanja-ville’ kennen ze. Bij hen heet dat ‘het huis van de vagebonden’. Na een uurtje over en weer gepraat wordt er overgegaan tot een officieel verhoor. De ‘Blanke’ kwam natuurlijk eerst aan de beurt. Er wordt getelefoneerd, ik veronderstel naar de commissaris, om te vragen of ze ons na de ondervraging mogen laten gaan ofwel, of ze ons moeten vasthouden tot de morgen. Het antwoord was: “Hen vasthouden tot de morgen.” De secretaris voegt er een paar eigen bedenkingen bij. Hij wil dat ik, na lezing, zijn document onderteken. Zo kom ik te weten dat we beschuldigd worden van kinderontvoering. Ik weiger te ondertekenen. De discussies over onze nachtelijke bezoeken aan de jongeren hernemen. Een hogergeplaatste komt binnen. De intimidatie herbegint.
– Waar is uw parochie?
– Wij hebben geen parochie! Heel Lubumbashi is ons werkterrein.
– Welke congregatie?
– Salesiaan van Don Bosco.
De hogergeplaatste: “Ha, maar die paters ken ik, ik kom van Goma, Ik heb me bij hen nog willen aansluiten, maar het lot is anders uitgedraaid.” Ook hij kent ” het huis van de vagebonden”. De twee trekken zich terug en komen met het nieuws dat we naar huis mogen en dat we ons om negen uur moeten aanmelden, onze auto wordt in beslag genomen. Ze zijn toch zo vriendelijk geweest ons rond 2u30 voor onze deur af te zetten. Om zeven uur telefoon van mijn oversten. Wat is er ondertussen gebeurd? Mevrouw de burgemeester was op de hoogte gebracht. Zij heeft onze overste opgebeld om zich te verontschuldigen en heeft de politie de opdracht gegeven ons zonder boete vrij te laten en onze auto terug te geven. Om negen uur stond de man die ons had aangehouden, met een grote glimlach, met de autosleutels te zwaaien. Nog vlug een bezoekje aan mevrouw de burgemeester, nogmaals verontschuldigt ze zich. Ze stelde zelfs voor om bij onze volgende bezoeken haar persoonlijke wacht mee te geven. We bedankten haar daarvoor. We gaan er geen gebruik van maken! Wij bezoeken geen kinderen onder begeleiding van politie. Dit is slechts één feitje van repressie t.o.v. de mensen die zich inzetten om het lot van de kinderen. Ondertussen zijn we weer begonnen met de markten te bezoeken! En we hadden prijs! Een grote groep jongeren was er aan het koken, en toen we met de jongeren aan het praten waren zijn er een paar voorbijgangers komen bijzitten om te zien wat we aan het bekokstoven waren. Bij zulke ontmoetingen motiveren we de jongeren om na te denken over hun toekomst. Het leven op de markt kan toch niet eeuwig duren. Al eens gedacht aan een andere richting? enz. Na een onderhoud zijn er altijd die onmiddellijk willen mee gaan. De ondervinding leert ons dat dit een opwelling is. Daarom vragen we aan de jongeren dat iedereen zelf persoonlijk de stap zou zetten. De dag na die ontmoeting stonden er ‘s morgens om 7.00 al vier jongeren aan de deur. Op de middag 36, en tegen 18.30 – als de nacht was ingevallen – waren ze met 56. Paniek bij ons! Dat overtrof al onze verwachtingen. Er werden zakken maïsbloem aangebracht. Voor de jongeren die reeds in het centrum zijn moeten we dagelijks 85 avondmalen bereiden, slaapgelegenheid is geen probleem. Toch waren er onvoldoende campingmatjes dus vlug de stad in om bij de groothandelaars lege kartonnen dozen te halen. Iedereen kon de nacht op een behoorlijke wijze doorbrengen.
Ondertussen zijn er wel al een twintigtal jongens vertrokken. De bol gekookte maïsbloem was te klein… Maar met degenen die bleven zijn we reeds aan het werk. Een aantal jongeren/kinderen hebben we reeds terug in hun familie kunnen plaatsen. Het is nu een kwestie van opvolging. Wij doen zo jaarlijks 1200 huisbezoeken; onderhandelen met de familie om de jongeren/ kinderen terug op te nemen. Nadien volgt de opvolging om zowel het kind als de familie te blijven motiveren.
Natan, is een van de 60 jongeren die we proberen terug in zijn familie te krijgen. Sinds vorig jaar
onderhandelen we met zijn familie. Natan is een wees. Een oom werd bereid gevonden hem op te vangen. Maar Natan heeft een moeilijk karakter. Hij steelt geregeld geld van het familiebudget. Het komt tot een conflict met zijn oom en Natan trekt er vanonder, zo begint zijn leven op de straat. Na een paar maanden komen onze straathoekwerkers hem tegen. Naar school gaan zegt hem wel iets. Na een paar dagen komt hij aankloppen. Als er vragen gesteld worden over de familie heeft hij daar geen oor naar. Eén van onze eisen om naar school te kunnen gaan is contact met de familie. Hij moet er eens over nadenken! Uiteindelijk komt hij uit de hoek, en doet zijn verhaal. We informeren of we contact mogen nemen met zijn oom. De man is opgelucht dat Natan in een centrum zit. Maar op de vraag of we met hem eens mogen langs komen voelen we twijfel. “Ik zal zelf eens langs komen,” was het antwoord. De man komt langs en we horen zijn lijdensverhaal met Natan. Hij wil samenwerken. Nu neemt de familie geregeld deel aan de ouderwerking van het centrum en wij werken met de jongen. Sinds augustus gaat de jongen nu één keer in de maand op weekend. Zijn nonkel begeleidt hem telkens op de terugweg. De man is zeer tevreden. Natan blijft thuis. Hij speelt met zijn neefjes voetbal, vraagt de toelating als hij iets nodig heeft, enz . Zijn oom is hoopvol voor de toekomst. Hij heeft voorgesteld om bij de volgende schoolvakanties hem een beetje langer te nemen. Wij hopen dat dit een definitieve terugkeer zal worden! Goede vrienden, ADVENT begint! Heel intens bereiden we de komst van Jezus voor. Hij ging naar kleine zieke mensen. Hij luisterde en genas. Wij volgen het voorbeeld van Jezus. We luisteren naar de roep van de jongeren. Wij horen hun verhaal. Wij werken aan hun toekomst. Is dit niet het mooiste missiewerk ooit ? ! Straatkinderen, jongeren die op de rand van de maatschappij leven opvangen, samen met hen een stuk weg afleggen. Zo opent zich voor hen een nieuwe lichtende toekomst. Dit is ons slechts mogelijk met jullie hulp. Samen sterk!”