SINT-PIETERS-LEEUW / VLAANDEREN: – Tussen 9 juli 2014 en 8 januari 2015 liggen de ontwerpen van stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas 2016-2021 in openbaar onderzoek. Gedurende zes maanden kan iedereen de plannen raadplegen op de website www.volvanwater.be en er op reageren via een digitaal inspraakformulier.
2014-07-26-GUP_S_P_L
De stroomgebiedbeheerplannen bepalen wat Vlaanderen zal doen om de toestand van de waterlopen en het grondwater te verbeteren en om ons beter te beschermen tegen overstromingen. Ook de zoneringsplannen en de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen, die vastleggen hoe en wanneer het afvalwater van alle huizen in Vlaanderen gezuiverd wordt, zijn in de stroomgebiedbeheerplannen opgenomen.

De stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas bestaan uit verschillende delen. Naast de beheerplannen voor de Vlaamse delen van de stroomgebieddistricten van Schelde en Maas, zijn er ook deelplannen voor de elf bekkens en voor de zes grondwatersystemen in Vlaanderen.

Op www.volvanwater.be krijgt u een overzicht van de plandelen en acties die voor Sint-Pieters-Leeuw relevant zijn. Via geoloketten komt u te weten welke acties in uw buurt gepland zijn of hoe en wanneer het afvalwater in uw straat gezuiverd wordt. U vindt er ook een wegwijsfolder en een overzicht van informatievergaderingen die in het najaar georganiseerd worden.

Meer informatie over het integraal waterbeleid staat op www.integraalwaterbeleid.be, waar u o.a. de nieuwe publicatie Integraal waterbeleid in Vlaanderen, samen voor een gestroomlijnd waterbeleid vindt.

2014-04-27-Zuunbeek_044B_E_296: Structuurherstel en sanering vismigratie in samenhang met realisatie van bijkomende waterbergingscapaciteit in valleigebied van de Zuunbeek

Op de Zuunbeek komen nog een heel aantal vismigratieknelpunten voor. De belangrijkste zijn de verschillende stuwen 6554-060, 6554-120, 6554-140, 6554-090, 6554-070, 6554-070, 6554-100, 6554-160 op het afwaartse gedeelte van de Zuunbeek. Volgens de prioriteitenkaart vismigratie is de Zuunbeek een waterloop met prioriteit 2. Op waterlopen met prioriteit 2 moeten 50% van de knelpunten hersteld worden vóór 31 december 2015, 75% vóór 31 december 2021 en 100% vóór 31 december 2027. Ecologisch herstel van de Zuunbeek dient in samenhang te gebeuren met het creëren van extra waterbergingscapaciteit.
Vooral in de omgeving van Negenmanneke is wateroverlast een groot probleem.
Op het gedeelte van 1e categorie worden vier deelprojecten worden voorgesteld:

1) Volsembroek: realisatie gecontroleerd overstromings, hermeandering/structuurherstel Zuunbeek en aanpak verdroging.
2) Gaspeldoornbeek: te snelle vulling van wachtbekken vermijden, omleiden van Gaspeldoornbeek.
3) Heidries: herstel historische meanderende loop en behoud huidige loop.
4) Oude Zuun: herstel historische loop (Oude Zuun) en behoud huidige loop.
Het afstroomgebied van de Zuunbeek ligt in een sterk erosiegevoelige regio en structuurherstel van de waterloop dient zicht niet enkel te beperken tot maatregelen in de waterloop zelf. Er dient ook aandacht te gaan naar erosiebestrijdingsmaatregelen in de nabije omgeving van de waterlopen.
Initiatiefnemers Vlaamse overheid : Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)

6_F_198: Bouwen van een GOG (Gecontroleerd OverstromingsGebied) op de Zenne I te (Zennebeemden) Drogenbos / Ruisbroek / Beersel

In het kader van de Europese overstromingsrichtlijn heeft de VMM een studie laten uitvoeren ter onderbouwing van de overstromingsrisicobeheerplannen van de onbevaarbare waterlopen. Binnen deze studie werd een methodiek uitgewerkt om op basis van een risicoanalyse, maatregelen en acties ter vermindering van de potentiële negatieve gevolgen van overstromingen te evalueren. De
resultaten van deze analyse dienden als basis voor het formuleren van de protectieve acties voor de SGBPII en de indeling in klasse I , II en III acties. Klasse I acties zijn de zogenaamde no-regret acties. Deze zijn kostenefficiënt onafhankelijk van andere (preventie en/of paraatheid) acties.
Klasse II zijn de acties die kostenefficiënt zijn maar enkel in combinatie met andere acties. Het al dan niet uitvoeren van die andere acties beïnvloedt de kostenefficiëntie van deze acties en bijgevolg zijn het geen no-regret acties maar is het mogelijk toch aangewezen om ze uit te voeren
in samenhang met die andere acties. Klasse III acties zijn acties die als niet kosten-efficiënt uit de analyse naar voor komen en voorlopig zeker niet uitgevoerd zullen worden. Ze werden alsnog opgenomen in de actielijsten omdat door veranderende omstandigheden (klimaatverandering,
landgebruiksverandering) de acties mogelijks toch op lange termijn kostenefficiënt kunnen worden.
De acties werden bewust niet in detail geformuleerd omdat de studie geen concrete (gedetailleerde) uitvoeringsplannen oplevert maar vooral richtinggevend de meest aangewezen beschermingsmaatregelen aangeeft om de overstromingsrisico’s op een kostenefficiënte wijze te verminderen . De resultaten zullen dienen als een wetenschappelijk onderbouwde vertrekbasis om de acties in samenspraak met lokale besturen en belanghebbenden, te selecteren en verder uit te werken en te verfijnen.

6_F_246: Bouwen van een GOG (Gecontroleerd OverstromingsGebied) langs de Zenne ter hoogte van Lot

In het kader van de Europese overstromingsrichtlijn heeft de VMM een studie laten uitvoeren teronderbouwing van de overstromingsrisicobeheerplannen van de onbevaarbare waterlopen. Binnen deze studie werd een methodiek uitgewerkt om op basis van een risicoanalyse, maatregelen en acties ter vermindering van de potentiële negatieve gevolgen van overstromingen te evalueren. De
resultaten van deze analyse dienden als basis voor het formuleren van de protectieve acties voor de SGBPII en de indeling in klasse I , II en III acties. Klasse I acties zijn de zogenaamde no-regret acties. Deze zijn kostenefficiënt onafhankelijk van andere (preventie en/of paraatheid) acties.
Klasse II zijn de acties die kostenefficiënt zijn maar enkel in combinatie met andere acties. Het al dan niet uitvoeren van die andere acties beïnvloedt de kostenefficiëntie van deze acties en bijgevolg zijn het geen no-regret acties maar is het mogelijk toch aangewezen om ze uit te voeren
in samenhang met die andere acties. Klasse III acties zijn acties die als niet kosten-efficiënt uit de analyse naar voor komen en voorlopig zeker niet uitgevoerd zullen worden. Ze werden alsnog opgenomen in de actielijsten omdat door veranderende omstandigheden (klimaatverandering,
landgebruiksverandering) de acties mogelijks toch op lange termijn kostenefficiënt kunnen worden.
De acties werden bewust niet in detail geformuleerd omdat de studie geen concrete (gedetailleerde) uitvoeringsplannen oplevert maar vooral richtinggevend de meest aangewezen beschermingsmaatregelen aangeeft om de overstromingsrisico’s op een kostenefficiënte wijze te verminderen . De resultaten zullen dienen als een wetenschappelijk onderbouwde vertrekbasis om de acties in samenspraak met lokale besturen en belanghebbenden, te selecteren en verder uit te werken en te verfijnen.
Initiatiefnemers Vlaamse overheid : Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)

6_H_022: Realisatie van beschermingsdijken langs de Lotbeek te Lot ter hoogte van de Laaklinde met maximale behoud van bergingscapaciteit valleigebied

In het kader van de Europese overstromingsrichtlijn heeft de VMM een studie laten uitvoeren ter onderbouwing van de overstromingsrisicobeheerplannen van de onbevaarbare waterlopen. Binnen deze studie werd een methodiek uitgewerkt om op basis van een risicoanalyse, maatregelen en acties ter vermindering van de potentiële negatieve gevolgen van overstromingen te evalueren. De
resultaten van deze analyse dienden als basis voor het formuleren van de protectieve acties voor de SGBPII en de indeling in klasse I , II en III acties. Klasse I acties zijn de zogenaamde no-regret acties. Deze zijn kostenefficiënt onafhankelijk van andere (preventie en/of paraatheid) acties.
Klasse II zijn de acties die kostenefficiënt zijn maar enkel in combinatie met andere acties. Het al
dan niet uitvoeren van die andere acties beïnvloedt de kostenefficiëntie van deze acties en bijgevolg zijn het geen no-regret acties maar is het mogelijk toch aangewezen om ze uit te voeren in samenhang met die andere acties. Klasse III acties zijn acties die als niet kosten-efficiënt uit de
analyse naar voor komen en voorlopig zeker niet uitgevoerd zullen worden. Ze werden alsnog opgenomen in de actielijsten omdat door veranderende omstandigheden (klimaatverandering, landgebruiksverandering) de acties mogelijks toch op lange termijn kostenefficiënt kunnen worden.
De acties werden bewust niet in detail geformuleerd omdat de studie geen concrete (gedetailleerde) uitvoeringsplannen oplevert maar vooral richtinggevend de meest aangewezen beschermingsmaatregelen aangeeft om de overstromingsrisico’s op een kostenefficiënte wijze te verminderen . De resultaten zullen dienen als een wetenschappelijk onderbouwde vertrekbasis om de acties in samenspraak met lokale besturen en belanghebbenden, te selecteren en verder uit te werken en te verfijnen.
Initiatiefnemers Vlaamse overheid : Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)

2014-04-27-Zuunbeek_029_C_018: Organiseren & coördineren van gebiedsgericht overleg in het kader van het Integraal project Zuunbeek

Organiseren gebiedsgericht overleg in het kader van het Integraal project Zuunbeek voor afstemming & win-win’s tussen de acties binnen en tussen de verschillende maatregelengroepenen om verdere acties/projecten te stimuleren/faciliteren.

Met het oog op het bekomen van een optimaal ecologisch herstel enerzijds en het bekomen van extra waterberging en een verbetering van de waterkwaliteit anderzijds, worden mogelijk ecologische herstelmaatregelen in de context van integrale projecten gerealiseerd. Het realiserenvan een integraal project houdt onder meer in dat:
– Het volledige gebied/waterlooptraject i.f.v. herstel wordt geëvalueerd
– De inspanningen van de verschillende betrokken beheerders gebundeld worden; dit betekent tevens een optimale afstemming met de lokale waterbeheerders die afhankelijk van het project en /of het gebied een belangrijke partner zijn
– De omgevingsfactoren (waterkwaliteit en aanwezigheid lozingspunten, …) als harde randvoorwaarden gelden
– Een combinatie van verschillende maatregelen (natuurlijke oevers, hermeandering, oplossen van vismigratieknelpunten…) wordt uitgevoerd t.b.v. een optimaal ecologisch herstel
– Het ecologisch herstel ook in functie staat van het creëren van extra waterbergingscapaciteit en het verbeteren van de waterkwaliteit
Regelmatig overleg met de betrokkenen, terreinbezoek en ontwerpstudies zijn onontbeerlijk voor een adequate realisatie van de projecten.
Doelstelling Draagvlak creëren voor , faciliteren en stimuleren van het integraal waterbeleid op het terrein in het kader van Integraal Project de Zuunbeek
Initiatiefnemers Bekkensecretariaat Dijle- en Zennebekken

%d bloggers liken dit: