2021-01-24-busjekomt_LGOUDENAKEN / SINT-LAUREINS-BERCHEM: – De Landelijke Gilden uit Herne, Sint-Pieters-Kapelle, Elingen, Oudenaken/Sint-Laureins-Berchem en Vlezenbeek – vijf dorpen uit het Pajottenland plaatsten 20 panelen ‘Busje komt…’. De lokale gildes vragen zo aandacht voor een beter busvervoer op het platteland. De vervoerregio Vlaamse Rand werkte samen met de Lijn een nieuw openbaar vervoerplan uit. Met de nieuwe regeling dreigen vanaf 2022 grote delen van het Pajottenland en de Zennevallei zonder openbaar vervoer te vallen. Daarvan zullen vooral mensen zonder wagen het slachtoffer zijn.

Landelijke Gilden onderschrijft het uitgangspunt van het plan: met de beperkte middelen een hogere efficiëntie nastreven. Populaire lijnen verdienen een hogere frequentie en lege bussen laten rondrijden heeft geen zin. Het eindresultaat is echter dat het busaanbod op het platteland onder het minimumniveau zakt en systematisch verschuift naar de dichtbevolkte rand rond Brussel.

De verschuiving kunnen we treffend illustreren met onze vijf dorpen. Vlezenbeek ‘wint’ dankzij zijn ligging kort bij Brussel. De frequentie van de lijn Gaasbeek – Brussel wordt verhoogd en er komt een nieuwe buslijn van Vlezenbeek naar Sint-Pieters-Leeuw. Voor de drie andere dorpen wordt het busaanbod echter afgebouwd. Voor Elingen blijft de uur-frequentie van de lijn 163 Lennik – Halle behouden. Maar de andere vaste-uur-verbinding, de lijn 144 Leerbeek – Brussel, zal enkel nog in de spits rijden. Voor Oudenaken en St-Laureins-Berchem zal buiten de spits daardoor het hoofddorp Sint-Pieters-Leeuw niet langer direct bereikbaar zijn. Momenteel bedraagt de reistijd 11 minuten. Straks zal dat buiten de spits oplopen tot 50 minuten, de overstaptijd in Halle niet meegerekend. Ook Herne en Sint-Pieters-Kapelle zien hun busaanbod verminderd. Herne heeft gelukkig nog een station, maar dat ligt 1,5 km buiten het centrum. Zeker voor ouderen of mensen die slecht te been zijn, geen evidentie.

Het ‘vervoer op maat’, zoals belbus, flex-bus of collectieve taxi, moet de ‘gaten’ die er vallen opvangen. De Vlaamse Regering voorziet daarvoor 60 miljoen euro per jaar, terwijl voorzichtige ramingen het dubbele vooropstellen. De vervoerregio werkte voor de Vlaamse Rand een gedetailleerd plan uit en berekende dat er vier miljoen euro nodig is. De Vlaamse rand krijgt echter maar 350.000 euro. Dat is slechts een tiende van het benodigde budget en goed voor vervoer op maat in amper twee tot drie gemeenten. Vlaanderen voert aan dat de Brusselse Rand al ruim bedeeld is door het reguliere openbaar vervoer. Maar buiten de sterk verstedelijkte rand zijn er ook in Vlaams-Brabant enkele zeer landelijke regio’s, zoals het Pajottenland en de Zennevallei.

Het busvervoer op het Vlaams-Brabantse platteland dreigt zo onder de minimumdrempel te zakken, zonder dat daar er een alternatief voor handen is, en dreigt zo in een negatieve spiraal terecht te komen. Door het ingeperkte aanbod zullen er busgebruikers afhaken en overstappen naar de wagen, waarna het aanbod verder kan worden afgebouwd wegens een gebrek aan reizigers… Zo zal het fileleed in de regio en de klimaatimpact alleen maar toenemen en loert voor mensen met een beperking of mensen die niet beschikken over een wagen – vooral jongeren en senioren – sociaal isolement en armoede om de hoek.

 

%d bloggers liken dit: